176252534_10226799283114435_617381600525

                    Let’s talk (about it)!

 

Verdeel jullie team in 2 kleine groepjes.

DOEL VAN HET SPEL:

Zo snel mogelijk naar elkaar toespelen. Als iedereen op het middenvak gekomen is, hebben jullie samen (al communicerend en rekening houdend met ieders veerkracht) school gemaakt. Er zijn geen winnaars of verliezers. Bedoeling is om zoveel mogelijk veren te verzamelen. Hoe meer veren, hoe meer veerkracht.

Indien mogelijk: de ene groep zijn collega’s die meer dan 5 jaar ervaring  in het onderwijs hebben en al vast benoemd zijn. Gemakkelijkheidshalve noemen we  deze ‘de anciens’. De andere groep zijn collega’s die nog geen vaste benoemingsuren hebben en minder dan 5 jaar in het onderwijs staan. Dit zijn kortweg ‘de groentjes’.

Indien het niet mogelijk is om in 2 gelijk verdeelde groepen te werken, houd je bij het vragen beantwoorden gewoon rekening met de groep waar jij toe behoort. Probeer wel zoveel mogelijk samen te zitten om het spel te spelen. Dus de anciens bij de anciens, de starters bij de starters. Dat maakt overleg makkelijker.

Indien je meer dan 5 jaar voor klas staat en al vast benoemd bent, trek je dus altijd uit de stapel kaarten die donkerblauw of donkergroen zijn. Geef je minder dan 5 jaar les of ben je nog niet vast benoemd dan neem je een kaart uit de stapel met lichtblauw of lichtgroen.

Elke deelnemer krijgt 2 veren en een grote groene en rode kaart. De veren van de volledige groep worden samen in de groepspot gestopt. De overige veren liggen apart om tijdens het spel te gebruiken. (vb. Zijn jullie met 5 spelers, dan zitten er 10 veren in de pot)

De helft van de groep begint aan de ene kant van het spelbord op het vakje START. De andere helft aan de andere kant van het spelbord op het vakje START. Kies een pion en zet deze op ‘jouw’ START.

Gooi om beurt met de dobbelsteen en ga het aantal ogen vooruit op het spelbord. Kijk naar het kleur waar je terecht komt en neem een kaart van dezelfde kleur. (Indien je door op een rood vakje te staan stappen vooruit of achteruit hebt moeten nemen, moet je geen kaart meer trekken.)

 

Er zijn 4 verschillende kaarten:

  • GEEL: Dit zijn quotes. Kom je op een geel vakje terecht dan neem je een gele kaart en lees je de quote luidop voor. Elke speler kan ofwel akkoord gaan ofwel niet akkoord gaan met wat je voorleest. Indien ze akkoord gaan, steken ze hun groene kaart in de lucht. Gaan ze niet akkoord, stoppen ze de rode kaart in de lucht. Uiteraard (en graag) kan hierover gepraat worden.

  • BLAUW: Dit zijn opdrachten. Trek een blauwe kaart van de juiste stapel. (Ben je ancien of groentje?) en lees de opdracht voor. Je reageert hierop en gaat in gesprek met de anderen.

  • GROEN: Dit zijn rollenspelen. Neem een kaart van de juiste stapel (Ben je ancien of groentje?) en doe wat op de kaart staat. Het rollenspel wordt samen met je groepje voorbereid en daarna uitgevoerd.

  • ORANJE: Dit zijn weetjes en tips. Je leest dit luidop voor en er kan over gecommuniceerd worden indien wenselijk.

 

Kom je op een rood vakje, dan moet je hieronder kijken naar het bijhorende nummer. Let op! Dit is weer afhankelijk van in welke groep je zit. Ben je ancien of groentje?

Met deze vakken kan je een veer verdienen (of verliezen) voor de groep. Hoe meer veren, hoe meer veerkracht en hoe sterker het volledige team.

 

 

176682326_10226810730600615_399846343835
veerkracht.png
176421780_10226799283354441_586102774906
202200483_10227311655403422_567277944915
204213913_10227311984451648_184939509457